De Nederlandse fuik
Een beschouwing over ons land, onze houding en onze hoop.
Er is weinig bewegingsruimte in een fuik. Toch zwemmen we er in Nederland allemaal vrolijk in rond — zonder goed te beseffen hoe we erin terechtkwamen. De zogenoemde vrije gevangenis waarin wij leven, houdt ons stevig vast in een ongemakkelijke omhelzing. Een omhelzing die niet verbindt, maar juist afstand schept.
Wanneer begon dit alles? Sommigen wijzen naar 9/11, de moord op Pim Fortuyn of Theo van Gogh. Anderen naar de opkomst van het neoliberalisme. Weer anderen zeggen dat het altijd al in ons heeft gezeten: die typisch Nederlandse combinatie van nuchterheid en afstandelijkheid, van samenleven zonder werkelijk samen te leven.
Soms lijkt het alsof we geen echte gemeenschap meer vormen, maar slechts een sociaal construct zijn — handig georganiseerd, maar zonder echte warmte. Het echte noaberschap is zeldzaam geworden. In plaats daarvan vertrouwen wij op instanties, instituten en theoretische normen en waarden. Die zetten we in wanneer het ons uitkomt, ongeacht of we links, rechts of in het midden staan.
En juist diezelfde waarden worden gebruikt om elkaar te bestrijden. Columnisten, duiders en influencers beroepen zich op principes, zolang ze maar in hun eigen straatje passen. Vaak eenzijdig, met oog voor likes, volgers en status — niet voor de ander die in dezelfde fuik rondzwemt. Want stel je toch eens voor dat je volgers verliest door empathie te tonen.
Ook in de politiek zien we de contouren van die fuik duidelijk terug. De recente verkiezingen hebben geen echte winnaar opgeleverd. Nederland blijft verdeeld: een iets sterker midden, een verzwakt links, een krachtiger rechts. Wat kiezers doen, is hun zaak; wat politici er vervolgens mee doen, Is bepalend voor de koers van ons ingekeerde landje.
Na jaren van wantrouwen en bestuurlijk chagrijn lijkt er voorzichtig iets van optimisme te ontstaan. De winst van D66 en het CDA kan een kentering betekenen — een kans om los te komen van het cynisme dat de vorige kabinetten als een mist over Nederland hebben gelegd. Kabinetten die bezuinigden op zorg, defensie en solidariteit, en die de samenleving stukje bij beetje harder maakten.
De coronapandemie deed daar nog een schep bovenop. Sociale media versterkten het gevoel van afstand, van wantrouwen, van ieder-voor-zich. En zo zwommen we dieper de fuik in.
Toch is er hoop. Het gevoel dat het anders kan, leeft bij velen. Mensen verlangen naar een stabiele regering die vertrouwen wekt en zaken daadwerkelijk oplost, die daarnaast kan verbinden in plaats van te verdelen.
Een paar partijen zijn al voorzichtig uit de fuik ontsnapt. Maar er blijven er nog altijd een of twee ronddobberen in het oude chagrijn — bang voor zetelverlies, gezichtsverlies of simpelweg gehecht aan het veilige, negatieve dobberen van vroeger.
Tijd om eruit te zwemmen.
Doe eindelijk wat goed is voor Nederland — en niet alleen voor jezelf.