kamalbergman.nl Column Wonen in Nederland, bouwen, bouwen, bouwen

Wonen in Nederland, bouwen, bouwen, bouwen

Wonen in Nederland

“Mijn zoon wil machinist worden. Al vanaf zijn geboorte ziet hij hoe de intercity’s en de sprinters door onze achtertuin razen. We wonen in een klein dorp en de treinen rijden er dwars doorheen. Natuurlijk was het even wennen en zo, maar nu we precies weten wanneer ze komen, wij elke keer het schema uit ons hoofd weten, hebben wij er eigenlijk alleen maar plezier van. Mijn zoontje zwaait naar de mensen die van hot naar her gaan en ik vind de reuring wel fijn, anders gebeurt er nooit wat in dit slaapdorpje en zo heb je toch altijd het gevoel dat je leeft, nie waar? Niet waar dan? Het is niet zo dat wij in de grote stad leven waar alles heen en weer gaat en er gedrugst en gefeest wordt en zo. Nee, hier is het rustig, behalve dan dat mooie geluid van die zware stalen wielen die over de rails gaan. Donders mooi geluid, toch heerlijk, hoor dan, dat gekners. En als je binnen zit en RTL 4 kijkt, ja, dan hoor je hem bijna niet. Mijn zoontje zet dan altijd de deur open of het raam, zodat hij ze voorbij hoort gaan. Een machtig gevoel, als dat mannetje dat prachtig vindt.”

“Oh ja, wij wonen bij Tata Steel in de buurt. Prachtig, wij houden wel van schoonmaken en de boel netjes houden. Elke dag vroeg op om de tuinmeubelen af te schrobben en die zwarte stof te verwijderen. Heerlijk om zo opgeruimd te zijn. Als wij dan die Kooks-, Sinter- en Oxystaalfabrieken bekijken, dat is toch een genot om vlakbij te mogen wonen. Dat krachtige staal dat de hele wereld over gaat. De geluiden, de stoffen die vrijkomen. Mensen gaan er niet voor niets zo dichtbij wonen, hè, generaties lang. Ach, en dat geroggel en die zwarte, smerige longen nemen wij op de koop toe. Hetzelfde als mijn sigaretje, dat nemen ze mij ook niet af. En de fabriek is bijna wekelijks in het nieuws, dat is toch gaaf om bij te wonen, zo’n bekend ding. Nee, geef ons maar Tata Steel! Wij blijven hier echt wel wonen. Ik haal even doekjes uit de kast, wacht even.”

“Ach ja, heel fijn ook, mijn dochter heeft dat dus met de vliegtuigen die boven ons hoofd vliegen. Hoe lager, hoe mooier! Ze is wel wat doof geworden, maar dat heeft ze ervoor over. Ze wil namelijk graag piloot worden. Dat had je niet gedacht, hè? Ze weet alle vliegplannen, heeft ook alle schema’s op haar telefoon en kan elk vliegtuig volgen op haar apps. En wij wonen er prettig en genieten van de geluiden van de vliegtuigen die overvliegen. Ook ’s nachts, ik kom er heerlijk door in slaap. Er zijn wel eens mensen die er iets van zeggen, maar dat zijn er maar weinig. Ik wiegel altijd heerlijk in slaap, als er om de 2,5 minuut zo’n ding over raast. Heerlijk, dat geluid van die motoren. Je hoort ze al opstijgen, vooral die hele grote, dat gebrom, dat lage geluid, daar zet ik graag een programma op RTL 4 voor uit. En dan luisteren mijn dochter en ik alleen maar. Kijk, daar gaat er weer een.”

“Oh ja, dat hebben wij dus met de snelweg. Dat geluid van die duizenden voorbijrazende auto’s en vrachtwagens. Mijn zoontje wil dan ook vrachtwagenchauffeur worden. Duizenden kilometers rijden. We kunnen de auto’s bijna aanraken. Bijna iedereen heeft de deur van het balkon altijd dicht, maar ik vind het fijn en zet alles aan de kant van de weg open. Sjoef, sjoef, soms een keer getoeter. De geur en die fijnstof ook. Je ademt gewoon het rijdende leven in. Dat is toch een zegen.”

Het stikstofslot wordt langzaam geopend. Wij kunnen straks weer bouwen, bouwen, bouwen. Maar waar en hoe? En wat betekent dat voor sommige stukken Nederland? Voor de natuur? Voor de mensen?

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Related Post