Koning Thierry

Koning Thierry

Koning Thierry wordt naakt wakker op zijn klavecimbel. Het is 1868. Hij laat een bode koffie brengen. De bonen voor de koffie worden sinds een jaar door het Suezkanaal gevaren en zijn verser dan ooit.

De koning pakt een spiegel en zet deze tegen de klavecimbel, zodat hij zichzelf goed kan zien. De bode sluit de gordijnen en verdwijnt uit de kamer. Meestal komt hij tussen de zesde en zevende zwart/witte toetsen klaar. Hij laat zijn geslacht afvegen en neemt een bad.

De dag is begonnen. De koning is moe. Wekenlang heeft hij moeten praten, leuren en uiteindelijk de vermoeiende strijd over macht – die nu in de handen van ministers en parlement ligt – op moeten geven. Een constitutionele parlementaire monarchie, mompelt hij, terwijl hij naar de gracht kijkt. Wat een grap. Een grondwet hebben we al, straks krijgen we ook nog kiesrecht voor de gewone Nederlander. Dat zou wat zijn.

De mensen vinden hem een dromer. Hoe zal Nederland er over pakweg 150 jaar uitzien. Hij dommelt weg en fantaseert over Nederland.

Amsterdam zou er nog een paar grachtengordels bijkrijgen. Herenhuizen zullen herrijzen, die niet afwijken van het prachtig architectonisch vernuft van nu. Die verdomde Thorbecke ook met zijn Cuypers. Als ik toch de macht nog had. Nederland zou overal prachtige gebouwen krijgen waarin doodnormale Nederlanders luisteren naar klassieke muziek, kijken naar prachtige kunst; door onze oude meesters gemaakt. Nederland zou de wereldzeeën opnieuw en opnieuw en opnieuw doen bevaren en een wereldlijke orde creëren aan de hand van ons mooie, cultuurrijke bestaan. Waar Averkamp, Hutscheruyter, Blankenburg en Klaasz Breet ons hele dagen in vervoering brengen. Waar de schrijvers der nieuwe tijd een loftrompet om mij zullen af steken. Mijn God, mijn God, zorg dat de denkers in het hooggebergte een rivier zullen opwekken met alleen schone, zuivere ideeën om Nederland zuiver te houden.

In de raadzaal anno 2018 zit Thierry al een uur op zijn mobiel te staren. Hij zet vast iets op Facebook. Zijn volgers informeren over het tergend trage theoretische gestalt van het partijkartel. Een linkse sofist proclameert een lofrede over de vluchtelingen. Straks is Thierry aan de beurt. Hij zal razen over vergiftigde rivieren, ontsporing en een plek als God in het filosofisch hooggebergte. Ondertussen denkt hij aan gemeenteraadsverkiezingen, Nanninga, Denk en Bij1 in dat godvergeten Amsterdam.

Thierry dommelt in en droomt over Nederland van 150 jaar geleden en zijn schone klavecimbel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.