Inkijkje in Koppijn…

Koppijn

 

Dit boek moest eruit!

Al vanaf mijn zestiende jaar speelde ik met het idee om Koppijn te schrijven. Ik had net de eerste boeken gelezen van Nederlandse auteurs, Mulisch, Reve, Wolkers… En niet alleen omdat dat moest van mijn lerares Nederlands, maar binnen onze familie circuleerde regelmatig verschillende boeken, vooral uit de hand van mijn moeder. Mijn moeder kun je beter geen boek als cadeau geven, want de volgende dag heeft ze het boek uitgelezen. Zeer vervelend. Daar komt wel onze, mijn broer en ik, passie voor het lezen vandaan.

Ik ben dus zestien en zeer nieuwsgierig. Ik wil ook een keer een boek schrijven, dacht ik in datzelfde jaar. Dat gebeurde een aantal jaren later. Ik verhuisde naar Amsterdam en zat op mijn kleine kamertje in de Watergraafsmeer, omringd door een Fransman, een Surinaamse jongen, een leuke meid en soms een zwerver, die in gang sliep, te schrijven aan Dramatica Destructivica. Dat boek heb ik toen uitgegeven via Boekscout.

Wist ik veel hoe moeilijk dat was. Moeilijk! Ik ben een doener, ik durf en als ik op mijn bek ga sta ik weer op. Dramatica zat vol met fouten, clichés en andere eigenaardigheden. (lees alleen de titel al) Toch heb ik er veel van geleerd. Er zaten behoorlijke verhaallijnen in en er was een slot. Geen open einde, zoals Johnny en Willy van Jiskefet dat graag gezien hadden. Maar wat een lol en vreugde heb ik daaraan beleefd. Alleen op je kamer, gordijnen dicht, fles wijn erbij en gaan, alsof ik een lange gitaarsolo speelde.

Een paar jaar later, ik had ongeveer 150 boeken verkocht en begon ik aan Koppijn. Ik was 29. Ik schreef als een gek door. De machine was ooit aangezet en leek niet meer te stoppen. Ook Koppijn had ik na een aantal maanden af. Dacht ik! Ik liet Koppijn, door omstandigheden, liggen en ben er pas later mee verder gegaan; op het moment dat ik meer ging schrijven voor mijn werk en toen ik mijn blogs, columns en korte verhalen begon te schrijven.
Op mijn 36ste mocht ik beginnen aan de schrijversacademie. De academie heeft veel voor mij betekend. De academie betekent nog steeds veel voor me. Via modules en opdrachten en de feedback van medestudenten leer je naar je eigen werk kijken. De literatuur die ik las van schrijvers over schrijvers bracht zowel verwarring, verbazing als hoop. Iedereen doet het anders en er zijn vele wegen die naar een boek leiden.

Welke toon heb ik eigenlijk? Vanuit welk perspectief schrijf je het boek? Hoe zit de structuur in elkaar.

Nu zat ik dus nog steeds met Koppijn op papier en in mijn hoofd. Eerst heeft mijn moeder het gelezen en nagekeken. Daarna heb ik de hulp gevraagd van redacteuren, Janine van de Kooij en Ron Reemer. Sindsdien is Koppijn meer dan 10.000 woorden kwijt en heb ik verschillende hoofdstukken moeten herschrijven, fouten eruit gehaald (hopelijk zoveel mogelijk) en zinnen veranderd. Het is niet zo makkelijk.

Maar dit boek moest ik afmaken. Het moest eruit. Ik moest het verbeteren en uitbrengen. Dan pas had ik een beetje rust en kon ik doorgaan met het nieuwe werk. Van het nieuwe werk staan inmiddels rond de 17.000 woorden op papier. Het gaat over twee totaal verschillende homoseksuele jongens, die gevangen zitten in oude tradities, geloofsovertuigingen, familiaire omstandigheden en een maatschappij die mensen uitsluit en tegenover over elkaar zet, waardoor escalatie niet uit kan blijven.

Dus bedank ik mijn moeder, die in mij gelooft, mij heeft geholpen en mij al vanaf vroege leeftijd aan boeken heeft geholpen. Schrijven is leren tot aan je dood!

Veel plezier met het lezen van een boek dat eventueel hoofdpijn veroorzaakt. (het is wel handig om goed op te letten) Helemaal aan het einde komt het zoet en het bitter!

 

Kamal Bergman

3 gedachten over “Inkijkje in Koppijn…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.